Ingesproken verhaal van Kurt
Vlaamse Gebaren Taal – VGT
Kurt Deklerck – CHAMP.
Op zijn 17de leek hij wel een Adonis. Mooi gebruind, atletisch lichaam. Sportief en vooral in het minivoetbal een topper. Vrienden bij de vleet en veel succes bij de meisjes.
Ongelukkige val – hard verdikt
Terugkerend van een feestje stootte hij met zijn bromfiets tegen de rand van een voetpad en kwam zwaar ten val. Geen gevoel meer in de rechterarm en de benen. Maar wel nog volledig bij bewustzijn, geen val op het hoofd. Dat komt dus wel goed, dat herstelt wel – dacht hij. Maar dat kwam het niet.
Het verdikt was hard: een complete dwarslaesie – een volledige onderbreking van de zenuwbanen in het ruggenmerg vanaf het punt waar zijn lichaam geraakt was. Voor Kurt een volledige verlamming van de onderste ledematen. Kurt zou nooit meer kunnen stappen en voor altijd aangewezen zijn op een rolwagen.
Bijkomend was er ter hoogte van zijn schouder onherroepelijke schade aan de plexus bracialis, een vlechtwerk van zenuwvezels dat de motoriek van de arm en de hand bestuurt. Kurt zou voor altijd ook een zwakkere, slappe arm en hand hebben.
De lijn voor en de lijn na
Als zoiets je overkomt, dan zit je ongetwijfeld toch wel even in zak en as. Sommigen voor altijd. Maar Kurt kon heel vlug een lijn trekken, met een voor en een na. Wat “na” die lijn lag was goed geweest, was voorbij, was een mooie herinnering.
Kurt focuste vanaf nu op het “voor”. Op wat nog voor hem lag. Hij had er absoluut geen zin in om in een hoekje te gaan zitten pruilen en aan zelfbeklag te doen. Dat zou hem niet vooruithelpen. En vooruit wilde hij, ook in deze toestand.
De kracht van steun van ouders, vrienden en een goede sfeer
We zijn 1983. Kurt gaat het ziekenhuis in op zijn 17de en verlaat het op zijn 20ste. Het ziekenhuis wordt voor 32 maanden zijn thuis. Hoewel je dit anders zou verwachten, omschrijft hij het als de schoonste tijd van zijn leven. Hij heeft er dagelijks bezoek. Zijn vele vrienden laten hem niet los. In zijn kamer van 4 ging het er soms enorm leutig aan toe. Maar toen was de sfeer in de ziekenhuizen veel losser dan in de efficiënte tijden van vandaag nog het geval zou kunnen zijn. En de verpleging speelde het spel graag mee. Daar hadden ze toen nog de tijd voor. Toen mocht er ook nog gerookt worden in de cafetaria en kon men er nog tot laat in de avond en zelfs tot diep in de nacht nablijven. Kurt speelt er uren kaart en tapt er grappen en plezier.
Als hij in de weekends naar huis mag, komen zijn vrienden hem als vanouds ophalen. De weekends verlopen nooit saai, maar bruisen van vertier. In het ziekenhuis heeft hij tijd genoeg om te bekomen van die zware weekends. Kurt leeft met volle teugen. Het helpt ontzettend om die voor-kant van de lijn te aanvaarden. Hij is er zijn vrienden oneindig dankbaar voor.
Als Kurt uit het ziekenhuis ontslagen wordt, moet hij thuis alle transfers nog wel zelf aanleren. Omwille van een diepe doorzitwonde die eerst volledig diende te genezen met ondermeer plastische herstelchirurgie, kon er in het ziekenhuis gewoon niet op geoefend worden.
De snookermicrobe
Op een zaterdag gaat Kurt mee bowlen met de vrienden. Dat gaat hem wel niet zo goed af. De ballen zijn te zwaar. Maar in de zaal staat er ook een snookertafel. Even proberen dus. Snooker is eind de jaren 80 zeer populair. Het spelletje begeestert hem al op TV en die eerste poging valt best mee, ook voor iemand in een rolwagen, ondanks de wat onnatuurlijke houding en het constant gebruik moeten maken van een hulpstuk. Het is spelen met een “handicap”. In een zaal in Brugge krijgt hij de mogelijkheid om te oefenen. En dat doet hij. Urenlang, tot soms 10-11u per dag. Zijn kunde is er niet zomaar gekomen.
KD – Champ
Kurt doet mee aan tornooien en competities. Aanvankelijk speelt hij eerst gewoon mee met de valide spelers. Logischerwijze stapt hij vervolgens over naar de competitie voor rolstoelatleten. En met succes. Hij wint titel na titel. Zijn palmares is indrukwekkend. Zijn teller staat momenteel op 312 titels. 4 x wordt hij wereldkampioen. Titels die hij behaalt in England (2x) en Australië (2x). Zijn hoogste breaks: 104 in een wedstrijd en 134 op training – geven aan op welk hoog niveau hij speelt.
Kurt is ook actief in het poolen. Gemakkelijker, maar dat is het voor zijn tegenstanders ook. En ook daarin is hij weerom de beste. Hij wordt wereldkampioen 8-Ball in Taiwan in 2004. Maar hij speelt ook 9-ball en 10-ball. Hij kan het allemaal.
Rolstoelsnooker is absoluut geen financiële vetpot zoals bij de valide wereldtoppers. Integendeel. De kosten worden niet opgehaald met de verdiensten. De Liga voorziet niet in subsidiering. Gelukkig vindt hij een aantal sponsors, die het voor hem allemaal mogelijk helpen maken.
De nummerplaat op zijn wagen draagt het opschrift “KD- Champ”. Bedoeld als een geintje, maar een titel die hij met recht en reden mag uitdragen. Hij is een kampioen, met de mentaliteit van een kampioen. Omwille van deze verdiensten, werd hij in Brugge in 1990 uitgeroepen tot “Sportman van het jaar”, won hij in 1999 de “Trofee van Sportverdienste” en werd hij benoemd tot “Ambassadeur van de sport”. Niet als G-sporter, maar als volwaardige topsporter!
Golden Years Brugge
Maar snooker is niet het enige waarmee Kurt bezig is. Omdat hij een formidabele steunkaartverkoper bleek te zijn voor de “rolstoelkeusporters”, werd hij ooit eens aangesproken om mee reclame te maken voor het Golden Years Event, een muziekfeest met muziek uit de nostalgische jaren. Hij werd zijn nieuwe passie. Hij beperkte zich niet enkel tot de kaartenverkoop, maar zocht ook actief mee naar sponsors en de promotie van het event via een eigen website met behulp van webmaster Jurgen. Hij had het waarschijnlijk zelf nooit gedacht, maar momenteel is hij er nog de enige bezieler van. En het kost hem hopen werk en tijd. “Faux le faire “…
Niet verwonderlijk toch dat een fan hem omschrijft als “Een prachtkerel die nooit opgeeft”,
Vader, visser, fietser, geëngageerde Bruggeling
Kurt is ook een familieman. Zijn dochter Ynske van nu al 19 en zijn vriendin Veronique liggen hem het dichtste aan het hart.
Zijn vader bouwde destijds samen met de vader van zijn toenmalige vriendin een voor hem volledig aangepaste woning. Niet zover af van het ouderlijk huis, zodat hij steeds snel kon terugvallen op hulp.
En verschiet niet als Kurt je plots voorbijsteekt met zijn fiets. Met een E-voorzetwiel gekoppeld aan zijn rolwagen durft hij lange afstanden aan. Zo onderhoudt hij zijn conditie.
Op stille momenten vist hij in het beekje nabij zijn deur. En hij voelt zich gelukkig als een klein jongetje, als hij 10 visjes kan bovenhalen, om die ‘s avonds dan maar terug in het water te gooien.
Kurt is ook lid van de stedelijke raad voor personen met een handicap en hij is niet te beroerd om er zijn stem te laten horen, tenminste als hij er is, want omwille van zijn vele tornooien mist hij toch wel een aantal vergaderingen.
Dankzij die verdomde handicap…
Kurt is er nu 59 en voelt zich verouderen. In tornooien in Australië heeft hij nu absoluut geen zin meer. In trainen in de avonduren evenmin. En voor The Golden Years denkt hij zo langzamerhand aan The Last Dance.
Maar als hij beschouwend terugblikt, dan is het met dankbaarheid voor zijn handicap. Dankzij die handicap is hij op alle continenten geweest om er tornooien te spelen. Dankzij die handicap beleefde hij prachtige momenten en kwam hij in contact met mensen, waar een ander maar van kan dromen: Mohammed Ali, Bill Clinton, Koning Albert, Koning Filip, Koningin Fabiola, enz…
Jawel, dankzij die verdomde handicap…

Voor mij blijft Kurt een man die nooit op gaf!!! Ik ken kurt van mijn 12jaar…ondanks zijn handicap mogen er velen hem na doen!!! Altijd positief… een voorbeeld dat het ook anders kan!!! Dikke chapeau Kurt 😘
Op en top super👍🏻 Ik heb echt bewondering voor jou moed en alles wat je doet, K’heb er geen woorden voor.
Ook heb ik voor de eerste keer naar de Golden years geweest en het was super tof en leuk,dus voor herhaling vatbaar. Ik wens je verder nog steeds veel geluk en goede moed,tot ziens en groetjes Saskia😉🤗